‘Hier, je mag ‘m hebben.’ Jan werpt de zo liefdevol bereide boterham met ei richting de meeuw. ‘Jullie meeuwen worden met de dag brutaler. Het smaakte me toch niet met dat zand, dus geniet ervan, lelijkerd.’
‘Misschien een eierkoek, schat?’
‘Bedankt. Doe mij maar een patatje mét’.
‘Ik mis de mayo!’ brult Jan, als Sjaan hem even later een zak aanreikt.
‘Die was op.’
Net als Jan, nog wat verongelijkt, een hap wil nemen, valt er een klodder uit de lucht, die uiteen spat op de frietjes.
‘Je wordt op je wenken bediend,’ hikt Sjaan.
Woedend vliegt Jan overeind. ‘Ze hebben gewoon schijt aan mij.’
‘Het zit ‘m allemaal in dat ei. Je weet toch wat men van eieren beweert…’


Heel grappig!
leuk geschreven ! leest vlot en is zo herkenbaar !
Dank jullie wel, Marlis en Werner.
Op de pont van Amsterdam- noord naar het Centraal Station kun je ook een gratis klodder meekrijgen.
Het lijkt wel een exclusieve eigenschap van meeuwen. Zouden ze door hebben wat voor wezens wij mensen zijn?
Met vriendelijek groet = hartje,
Chris
Ik kan geen Meeuw en Struif meer lezen.
Niets persoonlijks Irma.
Je bent mijn laatste Meeuw-Lees-Voer.
(En dan heb ik er zelf ook nog eentje uitgepoept)
Groet,
Rob.
@Chris: ik denk het wel 😉 en @Rob: ja, ook ik word er een beetje ‘meeuwig’ van. Beiden bedankt voor de reactie!