Gewoon op mijn fiets, onderweg naar huis met mijn verdriet als metgezel.
Mijn trouwe metgezel, samen met zijn broer en zus; eenzaamheid en depressie.
Ik ben zojuist bij mijn ouders op bezoek geweest.
Ik merkte dat ze zich zorgen over mij maakten.
Ik hoorde hun verwijten gelaten aan.
Ik nipte aan het zoveelste flesje bier.
Nu ben ik onderweg naar huis.
Een grote vrachtwagen passeert.
Ik schrik van mijn gedachten en mijn gevoel.
De enorme rust die ik ervaar:
‘Als ik met mijn fiets voor die vrachtwagen…’
Ik haast me naar huis.
Wat een afschuwelijke gedachte, en die verleiding…
Het staat me na al die jaren nog steeds scherp voor de geest.
Ik liet me bijna verleiden door de dood.


Verdrietig stukje, verteld door een puberjongen. Depressie had je niet hoeven noemen. Dat is al duidelijk in het stukje.
Hij (of zij) is bij z’n ouders op bezoek geweest en onderweg naar huis, ik denk daarbij niet aan een puberjongen.
Sterk geschreven Defrysk.
Treffend beschreven.
Dag Defrysk,
Heel mooi geschreven dit stuk. Het raakt me.