Ooit noemde iemand mij een moederskindje. Ik was toen al in de twintig. Ik twijfelde of ik het een belediging vond, was ik misschien een beetje kinderlijk?
In de jaren erna koos ik steeds meer overtuigd om me te blijven verbinden met mijn ouders. Ons contact bleef, de uiterlijke vorm veranderde wat. Zo belde ik vroeger meer, en ging ik later sms-en. Elke dag wel een klein berichtje over wat er in mijn leven gebeurde.
Mijn ouders bleven mijn baken in een soms woelige zee van ziekte, ontslag, burn out en weer opkrabbelen.
En toen gingen ze dood, niet lang na elkaar. Ik ben niet roerloos geworden, of op drift geraakt. Ik mis ze gewoon om wie ze zijn geweest.

In de jaren erna koos ik steeds meer overtuigd om me te blijven verbinden met mijn ouders.
Lijkt mij geen goede zin.
In de jaren erna koos ik steeds BEWUSTER om in contact te blijven met mijn ouders.
Lijkt mij beter.
Op zich een mooi stukje, voor de laatste alinea vind ik sterk.
Met vriendelijke groet = hartje,
Chris
Het spreekt me aan, ben ook nooit volwassen geworden, en mijn moeder stierf ook veel te jong.
Daar denk je toch elke dag wel aan.