Ik heb wakker gelegen. Ik heb liggen draaien en keren
Ik heb ieder uur van de klok gezien
De spanning. De voorpret. Het wachten.
Het bleef me maar bezig houden.
Ik kon mijn gedachten echt niet verzetten
Wat had ik zin in de dag van morgen
Nu is het die morgen en ik trappel echt van ongeduld
Ik wil dat de dag nog sneller gaat.
Gewoon omdat ik echt niet meer kan wachten
Papa en mama stappen de kamer binnen. Ik krijg een zoen en een aai over mijn bol.
Razendsnel ontdoe ik het pakketje van het cadeaupapier en vol trots zet ik mijn eerste miniflesje drank in mijn eigen minibar.
Gefeliciteerd, lieve schat. We wensen jou een fijne verjaardag.

Ik zou de laatste regel met een witregel scheiden van de rest vanwege een perspectiefwisseling. Bovendien valt het me op dat niet elke zin wordt afgesloten. Verder de twijfel of het poëzie of proza moet zijn?
Dus hier is een kind zo blij gespannen als met sinterklaas, voor het krijgen van een flesje drank voor haar eigen minibar? Als dat een cynisch statement is dan schiet het zijn doel wel erg ver voorbij. Als je lid bent van de vereniging “Oudersprocomazuipen”, zou ik het begrijpen. Maar dat lijkt me ook erg onwaarschijnlijk. Met andere woorden: wat probeer je de lezer nou eigenlijk duidelijk te maken?
Ik zou het idee leuker hebben gevonden als het kind dolblij was met het laatste miniflesje voor in de minibar, verspreid door een bekende slijterij, analoog aan de moestuinjtes, boerderijmini’s en dergelijke van een bekende grootgrutter die op de kleintjes let.
Verwende vlegels zoeken veel te diep want kijk eens aan:
Het eerste flesje staat voor jong geleerd en oud gedaan.
Leuk hoor, maar je hebt wat punten verloren aan het einde van sommige zinnen.
Als het om een kind gaat, vind ik ‘ontdoen van het cadeaupapier’ niet passen.
Eens met Lousje, het ontdoen van cadeaupapier, zegt een kind niet zo snel.