Hoort hij iets in het struikgewas of verbeeldt hij het zich maar? De man probeert zich op te richten; dat lukt maar ten dele. Hij voelt een vlammende pijn in zijn schouder en zakt terug op de grond.
Hij ruikt de geuren van rottende bladeren en paddestoelen.
Hoe is hij hier terechtgekomen? Flarden van herinneringen komen naar boven …
De eindeloze tocht, de honger, de dorst, de felle pijn en tenslotte helemaal niets meer voelen. Één zijn met de zwarte aarde.
Hij schrikt op van een geluid, dat steeds dichterbij komt: een trippelende vogel, een muis? Hij opent zijn ogen en ziet een roodborstje naast hem: heel klein, heel teer, maar niet vleugellam. De vogel vliegt weg; hij kijkt haar na.


Mooi, Nel. Ik kan het mee-ruiken onder die struiken.
Twee dingetjes: Zakt terug in de aarde. In? Hij ligt er toch op?
In de laatste alinea: hoe weet de man dat er een roodborstje aankomt dat nieuwsgierig om zich heen kijkt, als hij zijn ogen pas opent als het diertje vlak bij hem is?
Toch een <3
@Marlies, dank je wel voor je waardevolle kritiek. Ik zie nu ook, dat ik wissel van vertelperspectief. In zo’n kort stukje is dat niet logisch. De vogel wordt beschreven vanuit een observerende verteller en de man van binnenuit.
Ik ga eens kijken, hoe ik een en ander kan veranderen.
Perspectief aangepast, nieuw slot geschreven.
beklemmend en dan ineens dat onschuldige roodborstje. Het maakt me nieuwsgierig!
‘Hij ruikt de geuren van rottende bladeren en paddestoelen’, prachtige zin, dan ben je letterlijk heel diep gezonken <3.
Bedankt voor het reageren @Irma en @Karin
De sfeer van het verhaal is inderdaad beklemmend, naar niet geheel zonder hoop.