Ruggelings stortte ik omlaag. Zo ving ik een laatste glimp op van drie kronkelende drakennekken boven de rand van de horst. Aan beide zijden zag ik hoekige rotspunten als in een droom voorbijflitsen.
De wereld viel stil. Alles wat restte, was een helse pijn. Wonderlijk genoeg slaagde ik er in om helder te blijven denken. Ik keek om me heen en zag takken en groene bladeren. Een boom! Bomen groeien gewoonlijk op een plek die houvast geeft, niet enkel aan wortels, maar wellicht ook aan menselijke voeten.
Kreunend en steunend werkte ik mij naar waar die wortels greep in de rotsen leken te vinden. Tussen de wortels gaapte een diepzwart gat. Na een moment van aarzeling kroop ik daar in…


Ben benieuwd wat hij in dat inktzwarte gat tegenkomt. *Bibber*
Een opmerking: kunnen muilen kronkelen? Ik kan me daar weinig bij voorstellen.
<3
Je hebt volkomen gelijk, Marlies. Er stond oorspronkelijk nekken. Toen ik daar muilen van maakte, vergat ik dat kronkelen er uit te halen. Bedankt voor de opmerking. Ik pas het vanavond aan.
Heel spannend!
Dank je Nel! Naast die ‘kronkelende muilen’ heb ik gelijk nog een paar andere woorden en/of zinnen aangepast.
Beter zo. En ik zie dat hij nu wel even aarzelt voor hij het gat in gaat. 😉
Ja, Marlies. Achteraf leek mij dat toch net iets logischer. 😉