Daar lag ik dan. Een hemels uitzicht in een uitzichtloze positie…
Moeizaam werkte ik me op mijn knieën en draaide mij om. Ik moest en zou weten door wie of wat ik zo dadelijk verscheurd zou worden.
Chalyssa leek een schoonheid in vergelijking met de kale, ruftende creaturen die mij hongerig aanstaarden. Zonder hun brandende blik en flitsende, gifgroene tongen zou ik er nooit drakenjongen in herkend hebben.
Ik wierp een blik op Chalyssa. Die had alle belangstelling voor mij verloren. Ze strekte haar massieve poten en verduisterde de zon met haar geschubde vleugels. Luttele tellen later was ze enkel een stipje aan de horizon.
De drie jongen waggelden op mij af.
Ik schoot overeind en sprong in het diepe…


Zo! Wat een lef. Als dat maar goed afloopt.
Spannend!
Ik weet het zelf nog niet, Marlies. 😉
Als ik er een hele drakenserie van maak (en dat is wel het plan) wordt het hoog tijd dat ik uitgaande van die eerste drie stukjes een echte plot ga bedenken. Dan komen deze ergens halverwege, schat ik voorlopig.
Of hij lef heeft? Ik denk eerder dat hij gebrek aan andere opties heeft. 😉
Je hebt natuurlijk gelijk. Zijn enige andere optie was levend uiteen gereten en opgevreten te worden. Ik geloof dat ik in dat geval ook zou zijn gesprongen. 😉
Succes met het uitdenken van de plot.
Hay, ik lees eigenlijk nooit verhalen uit het fantasy genre, maar dit verhaal vind ik erg leuk en spannend. Dat hangt natuurlijk ook samen met de fijne schrijfstijl. Hartje!
Dank je wel Nel. Een mooi compliment. Ik ben overigens niet alleen maar ‘van de fantasy’. Af en toe schrijf ik ook wel een ‘gewoon’ verhaal of verhaaltje. 😉
Het zijn nog bouwstenen, maar wel veelbelovende