De melding kwam vroeg in de ochtend: een oude man in een rolstoel, midden op het kruispunt. Agenten troffen hem versuft en onderkoeld aan. In zijn handen hield hij een oude zwart-witfoto van een jonge vrouw. Het dunne laagje sneeuw verried dat hij er al uren stond. Niemand wist wie die keurig geklede heer was of waar hij vandaan kwam. Hij had geen papieren en hij weigerde te spreken. Waarom was hij daar?
‘Voor het uitzicht zal het niet geweest zijn,’ grapte hoofdagent Holleboom. ‘Het is het lelijkste stukje stad.’
‘Al sinds het bombardement,’ knikte Van de Velde. Ze duwden de rolstoel van de weg. De man klemde de foto stevig in zijn handen. Een traan rolde over zijn gezicht.

In welke stad hebben ze zo’n agenten?! Je krijgt het hele Rotterdamse politiekorps over je heen met dit stukje… 😉
Ik vind het wel sterk beginnen, maar de laatste zin met die rollende traan zou ik weggelaten hebben. Hoe die man er aan toe is, blijkt uit het stukje al voldoende. Als je dat in de laatste zin zo benoemt, gaat voor mij een deel van het effect verloren.
Niet met je eens, Hay. Ik vond het slot prachtig.
Gelukkig lezen we het niet allemaal met dezelfde ogen en schrijven we ook allemaal anders. Alle stukjes zouden anders op elkaar gaan lijken. Ik heb dan ook bepaald niet de pretentie dat ik meer gelijk heb.
Die naam Holleboom hindert me. Het lijkt op een poging iets lolligs te suggereren, vooral ook door de manier waarop je de figuur van de agent neerzet.
En die traan. ik zou liever iets over de door en door verkleumde handen zeggen.
In aanzet een sterk stukje, mmaar die lijnj wotdt naar mijn idee te weinig vol gehouden.
Sterk geschreven, waarbij de traan een invulling is van het beeld dat wordt neergezet.
mooi stukje over oude man die in het verleden leeft, juist dit stukje laat veel interpretatiemogelijkheden open en daarom vind ik het zo goed!