Het scheppen vereiste niet zozeer kennis van hoe een stoffelijk lijf in elkaar stak. Hij projecteerde zichzelf op rondzwevende stofdeeltjes en bedacht zich een menselijke verschijningsvorm: jong, krachtig, mannelijk. De natuurwetten gehoorzaamden zijn gedachten en vulden details vanzelf in.
Te laat kwam het besef dat hij zich niet had afgeschermd, waardoor aardse trillingen binnensijpelden uit de stof waaruit het lichaam was gevormd. Niet de vredige golven die hij kende, maar kronkels, die de werkelijk verdeelden in positief en negatief.
Nooit eerder had hij tegenstellingen en eindigheid ondervonden, die zijn gedachtekracht beperkten. Zo was het dus om mens te zijn: gevangengezet in begrenzing.
Kotsmisselijk loste hij het maagdelijke lijf op en vluchtte naar het luchtledige, naar de dimensie waarin hij thuishoorde.

Fantasierijk!
Bij twee zinnen heb ik een opmerking:
1 …en bedacht zich een menselijke verschijningsvorm:
Voor mij hoort ‘zich’ in deze zin niet thuis.
2 ..maar kronkels, die de werkelijk verdeelden in positief en negatief..
Ik neem aan dat ‘werkelijk’ hier ‘werkelijkheid’ moest zijn. Anders wordt die zin voor mij onbegrijpelijk.
Mooie manier om vanuit een ander perspectief de beperktheid de mens te laten ervaren, Ineke. <3
En met Hay eens, dat je met 'werkelijk' wel 'werkelijkheid' zult bedoelen. Of…?
Hay en Nel, dank je voor de reacties. Ik had eroverheen gelezen, moet idd ‘werkelijkheid’ zijn 🙂
‘Bedacht zich’… ik dacht dat het ongeveer dezelfde strekking had als ‘hij schiep zich/schiep voor zichzelf’.
Maar ik ‘bedenk me’ nu dat ‘bedacht zich’ heel anders gelezen kan worden. Bedankt Hay, voor de opmerking.