“Goedemorgen, ik ben zuster Toos. Hoe voelt u zich?”
“Ik voel me goed, hoor. Ik weet alleen even niet meer wie je bent.”
“We hebben elkaar nog niet eerder ontmoet, ik val in vandaag. Mag uw nekkraag even af? Dan kan ik u beter wassen.”
“Ok. Kun je me helpen?”
“Natuurlijk! Zo, dat gaat stukken bete… Mevrouw? Mevrouw… O shit, waar is dat cliëntdossier gebleven, waarom geven ze me als uitzendkracht ook zoveel cliënten op één ochtend!”
“Wat is hier verdomme aan de hand? Wie ben jij en waarom heeft mijn moeder haar nekbrace niet om? Ze heeft een gebroken nek!”
“Maar ze zei…”
“Ze heeft vasculaire dementie, kun je niet lezen, ofzo?! Ma? O god, nee. Ze is dood.”

Recente reacties