Als ik naar buiten stap om een eindje te gaan wandelen, zie ik de eerste bliksemschicht. In de verte rommelt het.
‘Jan,’ roept Geertje, ‘had jij niet beloofd de zolder op te ruimen?’
Geertje heeft gelijk! Ik zucht diep, keer me om en stommel de trap op.
Ja, nu ze het zegt, op zolder ligt een indrukwekkende berg rommel.
Ik scharrel wat rond in de hoop en vind fotolijstjes, een dode hommel, onze oude encyclopedie en een stripboek van Olivier B. Bommel.
Dat frommel ik uit de stapel en ga het lezen in mijn afgedankte schommelstoel. De zon keert terug en verwarmt mij door het zolderraam. Langzaam soes ik weg.
‘Jaaann! Ben je klaar? Het eten staat op tafel.’
Drommels!


Fijn stukje, ik zie het voor me.
De opsomming van dingen op zolder: van dode hommel tot stripboek doet me glimlachen.
Mooi rond verhaal met aan het begin en eind de (harde) werkelijkheid.