Elk jaar is er in augustus kermis in het dorp. Er heerst dan een uitgelaten stemming. Jongens en meiden gaan met elkaar aan de zwier. Ook al lang getrouwde mannen en vrouwen kijken die dagen wel eens een deurtje verder.
Op de zondag voor de kermis waarschuwt de pastoor in zijn preek steevast tegen de zedenverwildering, maar dat mag nauwelijks baten sinds iedereen weet dat de pastoor zelf ook geen brave jongen is.
De vrouwen die in zijn voor een vrijpartij dragen een groene diadeem. Alleen de dorpsgenoten weten dat. Een plaatselijk snuisterijenwinkeltje verkoopt ze. Gouden handel!
’s Avonds telt de winkelier het resultaat: twintig rode, dertig blauwe en veertig groene. Hij kleedt zich snel om; het jachtseizoen is geopend.


Hmm, groene en rode diademen, interessante kleurkeuze van die dorpbewoners… 😉
Sinds =/= omdat?
@José. Leuk verhaalidee, de uitvoering had wat beter gekund. Dus: voordat iedereen wist dat die pastoor niet zo’n braverik was, hielp de zedenpreek wel?
Dit verhaaltje is geïnspireerd op mijn herinneringen aan dorpen in Brabant. In de jaren vijftig en zestig werd er nog naar de pastoor geluisterd, ook al hield men zich lang niet altijd aan zijn richtlijnen. Later werden de zedenpreken nog minder serieus genomen. In die zin is er wel sprake van een ontwikkeling.
Daar kun je een heel horrorverhaal aan vastplakken. Over de stadsmevrouw die een groene diadeem koopt en mijnheer pastoor ontmoet, bijvoorbeeld. En wat de betekenis is van die àndere kleuren…