Het sleutelgat waar ik door tuur is de poort naar een geheel ander universum. De dikte van de deur belemmert enige periferie en zo is mijn zicht verhoudingsgewijs verwaarloosbaar. Zo nu en dan zie ik een schim voorbij gaan maar ik kan er niet uit opmaken wat of eventueel wie er passeert. Met ingehouden adem is het aan mijn kant van de deur muisstil. Achter de deur vindt het echte leven plaats weet ik. Daar is de grote boze buitenwereld die zoveel indrukken kan achterlaten dat ik alleen al door de gedachte er aan begin te trillen.
Hier is het veilig. Vanuit hier wordt waargenomen. Daar moet ik me overleveren aan de genade van wat daar is.
Ik kijk wel.


Heel mooi SF.
Ja, mooie laatste zin ook.
veilige thuishaven