‘Is dat jouw axioma?’ vraagt zij.
‘Jazeker,’ verklaart hij, ‘zie jij dan enige reden tot twijfel?’
‘Nee hoor, niet in het minst.’
‘Waarom ben je dan hier?’
‘Dat zei ik al. Omdat ik geen enkele twijfel ken.’
‘En op welk punt ken jij geen twijfel?’
‘Dat lijkt me duidelijk. Op het punt van jouw axioma.’
‘Leg uit.’
‘Jouw zogenaamde axioma is slechts een aanname, een aanname die in het beste geval verheldert wat jij graag als de absolute waarheid zou willen zien.’
‘En dat is … ?’
‘Weet je dat niet eens zelf? Wat blijft er dan over van jouw axioma?’
‘Meer dan genoeg, zelfs voor iemand die niet gelooft in axioma’s.’
‘Ik erken slechts één axioma. Er bestaan geen axioma’s.’


Dit stukje lees ik zeker nogmaals.
niets is zeker, dat is zeker