De angst had zich in haar lichaam verstopt.
Bij elke opmerking, elke sneer, bij elke steek van jaloezie had ie een nog kleiner hoekje gezocht en was daar blijven zitten. De angst duwde haar aders opzij, veroorzaakte kronkels die de bloeddoorstroming bemoeilijkten. Hij duwde haar spieren in een zodanige kramp dat ze niet meer wist hoe die te ontspannen. Ze was bleek en uitgeput, haar hoofd trok ze wat terug in haar romp, haar schouders sloot ze er beschermend rond. Haar rug begon te bochelen, ze liep kleiner dan ze eigenlijk was.
Tot ze hem ontmoette. Ze voelde zich veilig en durfde zich weer blootgeven. Zijn warme handen als defibrillator op haar blote lijf schudden al haar oude angsten weg.


Gevoelig stukje Hilde. Ik voel de angst om haar hart zitten. <3
De titel komt in het stukje zo goed over.
Ik zou eerder zeggen de angst weg 🙂 Wat een spatie kan doen…
De laatste zin doet mij toch wat vreemd aan. Handen als defibrilator wekt bij mij weinig kalmerend beeld op.
Eerste alinea vind ik heel mooi, beschrijving van de angst als een ding/persoon.
Geen twijfel: een hartje!
dank voor de hartjes
@Inge, het gaat er niet om dat de angst weg is, maar over de weg die angst gaat, daarom geen spatie.
De laatste zin is geen verbeelding, haar lichaam vertrouwt zijn handen en schudt de angsten af.
angstweg angst weg, mooie titel, origineel beeld