Hij stond achter de bakstenen muur, met zicht op de trap. Hij had zijn donderbus in de aanslag. Zijn handen trilden niet, hij was immers meesterspion. Het wachten duurde lang, zijn beoogde slachtoffer nam de tijd. Dat gaf risico’s, want het pand was vol bedienden. Hij hoorde de Delftenaren boven redderen.
Voetstappen weerklonken achter hem. Het duurde even voor hij in de schaduwen zag dat het niet degene was op wie hij wachtte.
“Wat doet u hier?” Aan de sleutelbos te zien, was het de kastelein die hem aansprak.
Hij kon moeilijk zeggen dat hij op een gast van de prins wachtte. Hij stak de donderbus weg. Aangeslagen zag hij even later hoe Gerards een kogel door de prins joeg.


@Jack En die Gerards maakte geschiedenis.
Bijzonder stukje