Haar collega komt opgetogen terug van een dansvakantie in Cuba. Mooie foto’s, leuke filmpjes, en vrolijke muziek. Ze gaat zeker nog eens, en het zal een kunst worden om weer alleen te kunnen gaan. Iedereen wil mee. Zij niet, ze moet er niet aan denken. Dansen, ze vindt er niks aan. Een hevig protest welt in haar op, als ze zich moet laten leiden door de man. Ze wil zelf weten waar ze haar voeten neerzet. Geen dansles dus voor haar. En werkuitjes met een dansworkshop zijn ook niet aan haar besteed. Ze weet niet of ze iets mist. Maar waarom moet ze het eigenlijk leuk vinden? Aan haar lijf geen polonaise. Ze loopt veel te graag uit de pas.

Herkenbaar. Dan gedans in de pas 🙂
Ik denk dat dit stukje leuk zou zijn in ik-vorm. Dat voorkomt ook verwarring, nu wordt er met ‘zij’ soms de een en soms de ander bedoeld.