Na een ochtend zwoegen op de zonbeschenen velden, zetten de boeren zich neer om zich te laven aan drank en spijzen. Ze besloten de schaft met een lome slaap die uit hun maag kroop. Sluimerend in de hoge zon merkten zij de gruwelijkheden van midderdag niet op.
De boerenmeid, straatarm, aren lezend, werkte door om zoveel mogelijk schoven te binden. Zij had geen geld voor een noenmaal. Water uit de beek, een halm met korenmoeder om op te bijten, meer had zij niet. Bezwangerd door de zon, bezwijkend door een steek gleed zij onderuit tussen het graan.
De Middagsheks genoot haar lunch.
Korenwolven verslonden de meid, nog voor de zon begon te dalen. Haar gevonden vodden vormden een verbleekte herinnering.


Buitengewoon, zo ook de titel.
@jack, mooi geschreven.
luguber sprookje