“Tot op de bodem!” De stem is dwingend. Waarom ik? Hij geeft er werktuigelijk gehoor aan. Hoe lang zit hij nu al in deze positie? Het lijkt een eeuwigheid voor hem. Hij snapt ook niet waarom het juist hem toevalt. Zijn anderen er niet eerder aan toe? Hij schept met een beker door de bak. Hij brengt de beker voorzichtig naar de lippen en neemt een teug. Rillend van afschuw laat hij het naar binnen glijden. Het daalt langzaam in hem tot het zijn diepste ik raakt.
Na enige tijd merkt hij een verandering in zichzelf. Het zal hem voortaan verschillig laten. Deze beker is niet aan hem voorbij gegaan.
De inhoud van de bak heeft hem inmiddels sterk veranderd.


Stemt tot nadenken.
Typefoutje: inmiddeld > inmiddels.
Verder ga ik hier net als Levja nog even over nadenken, want na twee keer lezen weet ik nog niet wat zich hier afspeelt…