Ik wil omhoog en klauter door.
Er is een lichtpunt,
door mijn ogen gevangen.
Naar het lichtpunt,
is een stil verlangen,
die ik koester en verzorg.
Nu kan ik klimmen,
nu kan ik vechten,
en ik ga omhoog.
De wanden zijn glad,
het slijk is glibberig.
Naar het lichtpunt,
zet ik door.
Ik glij terug,
en kom terecht,
waar ik begon,
met mijn gevecht.
Er is een lichtpunt,
een stil verlangen,
die ik koester koester en verzorg.
Tot ik kan klimmen,
en ik kan kan vechten.
Dan ga ik omhoog,
naar het lichtpunt.
Het houdt me gevangen,
het doet me verlangen,
maar ik val terug,
Waar ik begon,
met een stil verlangen.


Slechts een hartje voor dit stukje. Belachelijk.
@DeFrysk, je kreeg hier geen hartje van mij, al ben ik een fan van je. Als gedicht vind ik het niet helemaal goed uit de verf gekomen en er staan ook een paar fouten in. Lastig nog om van fouten te spreken in gedichten, want wie weet, waren de fouten juist de bedoeling van de dichter.
Een fout die ik jou vaker zie maken is “die” schrijven na een “het-woord”. Dat doe je hier tweemaal na “verlangen”.
Het houdt me gevangen,
het doet me verlangen,
maar val terug,
Omdat “het” hier het onderwerp is, moet het “ik val terug” zijn, omdat het niet “het” is dat terugvalt.
Soms moet je herrie maken om er achter te komen wat er niet deugt.
@DeFrysk, daar heb je helemaal gelijk in.