‘Zullen we? Néé, nog niet!’ Ik hoor haar voetstappen. De zon priemt door het rechthoekige venster in de voordeur. ‘Ik wacht wel in de hal!’ roep ik naar boven. En ik ga op de kokosmat zitten.
Bij een stalletje koop ik bloemen voor haar: ‘Ooh, wat lief!’
Ze lacht. Met die rode appelwangen van d’r.
In het park is het, buiten het getsjirp van de merels en het ruisen van de bomen, stil maar bezorgd zijn we niet. Het is tenslotte een doordeweekse dag. ‘Laten we nog een stukje doorlopen’ stelt ze voor. ‘Ik doe mijn jas vast uit’ zeg ik. Zij doet hetzelfde. We omarmen elkaar.
“Stop, politie! U bent beide aangehouden voor exhibitionisme. Aankleden, meekomen!”
We worden afgevoerd.

@Berio is er een speciale reden waarom je geen reacties wilt op de stukken die je hierna geschreven hebt?