Hijgend houd ik me vast aan twee droge graspollen op de walkant van de rivier. Nergens houvast op de glibberige bodem, opklimmen lukt niet vanwege mijn gewicht en de gladde kleigrond van de oever die zich onder water bevindt. Manlief staat tot zijn hals in het water en duwt me met grote inspanning naar boven zodat ik nog half in het water bungel. De kracht in mijn armen neemt af; als ik terugglijd is het einde verhaal, want ik kan niet zwemmen! Hij klimt aan wal en sjort me aan mijn broek op de kant. Terwijl onze ademhaling langzamerhand weer normaal wordt, beseffen we: dit was kantje boord!
Ik verloor mijn evenwicht, verdronk bijna.
Voortaan houd ik de boot af.


En dat voor twee zestigplussers! 🙂
@Gerda, een heel avontuur! drie kleine dingetjes, geen punt achter titel en ‘mijn gewicht en de gladde klei van de berm wat zich onder water bevindt’ Wat? Of dat? Of die? Bevindt? Hmmm…
@Desiree, dank voor je reactie, heb het aangepast.
Gelukkig eind goed, al goed! Moet het geen oever zijn in plaats van berm? En de kei die zich onder water bevindt.
@Hendrike.
Dank voor je reactie.Ik had vanmorgen al oever ingevuld, maar blijkbaar niet op “bijwerken” gedrukt. En het was beslist gladde kleigrond en geen kei onder water.
@Gerda, wat een spannende gebeurtenis en ook nog spannend beschreven.
– van de oever dat zich
Dat moet die zijn omdat het terugverwijst naar een de-woord
– in het water, en duwt
De komma is hier overbodig, is ook niet correct omdat er en op volgt.
– De kracht in mijn armen neemt af,
Die komma mag een puntkomma zijn omdat wat daarna volgt ook een zelfstandige zin kan zijn
– wordt beseffen
Tussen die twee (werk)woorden zou juist wel een komma moeten
– hou ik de boot af
Hou moet houd zijn, dat is de stam van houden. In de eerste zin schrijf je wel houd.
@Ineke, dank je, alles bijgewerkt.
@Gerda, zo leest het heel lekker!