We woonden in een klein dorpje in een rijtjeshuis. Iets verderop woonde een aardige man. Ik wandelde voor ons huis met de poppenwagen toen hij voor me stond. Hij vroeg hoe mijn pop heette en of Shelly en ik een flesje melk en een glaasje limonade lustten.
Ik zat op zijn zwarte, leren bank met een glaasje rode limonade. Hij ging naast me zitten en pakte het glas uit mijn handen. Toen ineens een enorm kabaal! Ik hoorde mijn moeder schreeuwen: “Jessica”!. Hij schoof het raam open en kroop naar buiten. Twee politiemannen stormden binnen. Ik werd opgetild en meegenomen. Mijn moeder stond buiten in de regen en huilde. En ik, ik zag alleen maar een verloren modderschoen, zonder buurman.

Griezelig echt.
Net als Levja vind ik dit heel realistisch.
Levensecht geschreven.
Akelig realistisch.
@Anouk Een bijzonder goed geschreven verhaal. Heftig en dan in sobere bewoordingen.
Een kleinigheidje:
– Ik hoorde mijn moeder schreeuwen: “Jessica”!.
Het uitroepteken hoort hier bij het citaat, het moet dus zijn: (…) “Jessica!”
Na een uitroepteken wordt geen punt geplaatst.
Goed geschreven Anouk, spannend stuk.
@Anouk, mooi geschreven.
Bedankt voor de leuke reacties!