Links van mij ligt mijn vriend Anton, met zijn ogen dicht. Vanachter me schreeuwt Mark iets onverstaanbaars. Mijn handen zijn op mijn rug geboeid, ik kan ze niet helpen.
Hadden we maar geluisterd en zaken gedaan met Luciano. Achteraf gezien lijkt zijn aanbod meer dan redelijk; cocaïne en bescherming in ruil voor 70 procent van onze winst. Maar wij hadden besloten dat we beter af waren als we zaken deden met de Colombianen. Stom, stom, stom!
“Plons,” kou en duisternis overspoelen me, “Plons, plons.” Mark is gestopt met schreeuwen, bloed kringelt uit Antons kapotgeslagen achterhoofd. Zwak licht vanaf de pier bereikt nauwelijks de bodem. Verwonderd kijk ik naar mijn voeten: Waarom heet dit cementschoenen? Het is gewoon één blok beton.


Recente reacties