Vanuit de woonkamer hoorde ik gerinkel en gelach. Het feest was in volle gang.
Zonder te kijken voelde ik zijn blik op mij gepriemd. De notenkraker gaf niet mee. Ik pakte nog een walnoot en begon te knijpen. Ga weg. Ik heb je niets te zeggen.
Mijn knokkels kleurden wit van inspanning. De schil knispte. Zachtjes. Mijn vingerkootjes spanden zich samen. Er klonk gesplinter. De schilferige stukjes knapten uiteen.
Met moeite peuterde ik de stukjes noot uit het karkas. “Kan dit niet wach-“ Hij slikte zijn zin in.
Zwijgend pakte ik de volgende walnoot. Hij slaakte een zucht. Expres negeerde ik hem.
In de woonkamer hadden ze intussen muziek opgezet. Een dun strookje maanlicht stak fel af tegen de keukentegels.

Recente reacties