Het is eind maart en koud. Dik aangekleed zit ik op het bovendek van de veerboot die mij naar het vasteland brengt. Een tocht van twee uur. Mijn vriendin heeft net als alle andere pasagiers de warmte van de binnenruimtes opgezocht. Ik ben alleen.
In de verte zie ik hoe een vogel aan komt vliegen. Hij wordt groter en groter, het blijkt een reusachtige meeuw te zijn. In één beweging grist hij me mee. Schreeuwen en tegenstribbelen helpt niet.
Pas bij de dijk laat de vogel mij los. Na drie kwartier bereik ik de aankomstplek van de boot. Mijn vriendin stapt zwaar bepakt de hal in. Boos kijkt ze me aan en snauwt:
‘Ik mag ook altijd het sjouwwerk doen.’


@Hadeke Het zal je maar gebeuren