L. heeft gelijk. Ze was ’t niet, ze is ’t. Mijn vriendin.
Ik belde aan met een de bloemen, zij in haar ochtendjas. Haar ogen groot van verrassing en blijdschap. Ik was zo blij dat ik gegaan was.
We praatten, en praatten, en praatten. We moesten maanden overbruggen.
Twee keer koffie van haar breed glimlachende vriend.
Om één uur waren we nog niet uitgesproken, dus hebben we feestelijk buiten de deur geluncht, tenslotte was ze jarig.
Uiteindelijk moest ik echt weg. Dág! Dag, dag!
O wat fijn om haar weer geknuffeld te hebben.


Nog gefeliciteerd met je vriendin.