De bank had er een dik belegde boterham aan. Haar ex rekende zich rijk, nam een royale hypotheek en naderhand nog een hypothecair krediet op zijn overwaarde. Zijn appartement zou later genoeg euro’s opleveren.
Na dertien jaar krijgt hij de rekening. Zijn kransslagader is dichtgeslibd, maar hij is er op tijd bij. Pilletjes slikken en een pufje nemen. Moet ie wel acuut stoppen met roken.
Hij belt de uitslag aan haar door. Haar hart maakt buitelingen. Kent hij zijn verantwoordelijkheid niet? Als hij overlijdt, klopt de bank aan bij hun twee dochters. Die hebben een schamele boterham: Wajonguitkering. Hoe moet dat voor hen aanvoelen als ze zijn “erfenis” weigeren, zelfs geen voet over de drempel van zijn woning kunnen zetten?


@Geertje, Goe geschreven maar wat mij betreft mist het wat levendigheid. Een dialoog of ik-vorm had het wat persoonlijker gemaakt.
@Geertje Vreemd dat ik dit stuk hartloos aantref.