Ze is jarig. Mijn hele goede vriendin.
Tenminste, dat was ze.
We belden elkaar wel drie keer per dag. Ze was er altijd. Voor mij. En ik voor haar.
Ze was één van de 5 stationnetjes die me drijvend hielden tijdens mijn scheiding.
‘Hé, meis. Hoe gaat ’t? Moet ik naar je toekomen?’ ‘Nee, hoeft niet, het gaat wel.’
Zo ging het ongeveer.
En nu zie ik haar eigenlijk nooit meer. Zo nu en dan spreek ik haar. Soms, heel soms zie ik haar. En dan is het net of de tijd is weggevallen. De warmte, de vanzelfsprekendheid, de verhalen.
Vandaag is ze jarig. Ik ga er zo heen. Met een héééle grote bos bloemen. Want ze is mijn vriendin.


Eerst zeg je “Ze was mijn vriendin” en “Ik zie haar nooit meer”. Maar daarna zeg je dat je haar nog wel heel soms ziet en dan is het weer als vanouds. Vriendschap heeft niks te maken met hoe vaak jullie elkaar zien. Jullie ZIJN dus nog steeds vriendinnen.
– Heel grote bos bloemen