Het regent pijpenstelen, onweer ranselt de boomtoppen. Diep in het Hongerige Woud gaat de Eerste, een kromme oude eik, gebukt onder het niet aflatende noodweer. De omgeving licht op, “KRAK!”, een bliksemschicht splijt de woudreus in tweeën. Terwijl de Eerste sterft wordt in zijn binnenste iets kwaadaardigs wakker. “Raaa!”, vingers grijpen de verweerde bast waarna een donkere schaduw zich uit de gespleten stam wringt.
In een hut aan de rand van het bos verslikt Hans zich in zijn wortelstamp als plotseling alles op tafel begint te rammelen. Griet vraagt angstig: “Is het zover?” Hans knikt grimmig, schuift zijn bord weg en staat op. Hij pakt zijn jachtgeweer en zucht: “Vader is ontwaakt, hopelijk vindt hij de weg naar huis niet.”


Mooi sprookje met een passend open einde. Alleen al voor de titel geef ik een hartje. 😉
@GJ, Ha! Sprookje a la gebroeders Grimm. Erg leuk.
@GJ Mooi geschreven. Heel beeldend ook.
Thx allen 🙂
Volgens mij komt eerst het licht en dan pas de krak.
@Fons, helemaal gelijk, zinnetje is aangepast. Thx