Vertwijfeld vraagt ze zich af; ’houd het dan nooit op?’ Elke keer weer opdrachten uitvoeren, daarna op ‘de bank’.
Met een zwaai gooit ze haar benen uit bed. Opschieten nu, hij komt haar zo halen.
Ze rilt al bij de gedachte: uitkleden, op bh en slipje na, dan op haar buik op de leren bank gaan liggen. Ze voelt zich elke keer gespannen als een veer.
Zachte, onderzoekende handen gaan bedreven over haar lichaam. Plotseling stopt hij en zegt; ‘dit was de laatste keer, je wond is goed genezen, het litteken is haast niet meer te zien.’
Met gemengde gevoelens fluistert ze ‘ja, dokter.’
In haar hart schrijnt plotseling een wond die hij nooit kan genezen.
Ze zal hem missen.


@Gerda mooi geschreven. toch nog 1 kritisch puntje . In de laatste zin had ik het woord litteken niet gebruikt, ze is er blijkbaar nog niet van genezen 🙂
@G.J.van Gisteren
Dank voor je compliment.
w.b.t. je opmerking; zou kunnen,
ik zet het woord even tussen aanhalingstekens, is misschien beter.
@ G.J.van Gisteren; slotzin gewijzigd, beter zo? 😉
@Gerda, naar mijn smaak wel, is nu logischer <3
Ok, thanks, dan laat ik het zo.
Da’s wel een hele bijzondere dokter! 🙂
Ja, hij was knap , vijftig en grijs 😉
@Gerda, vijftig tinten grijs?
Dat weet ik niet, dat moet je de dokter vragen 😉
Herkenbaar…