Elf jaar en dan al drie jaar met bril.
Hij heeft het nooit zo laten merken, maar het zit hem behoorlijk dwars.
Het is etenstijd en het hele gezin zit rond de tafel.
Vader en moeder praten en de drie kinderen eten zwijgend.
Hij probeert ook wat in te brengen.
De beginnende puber zeurt de hele tijd: “Ik hou niet van andijvie, ik vind het bitter”.
Inmiddels staat het toetje op tafel.
Hij sputtert nog steeds en vader en moeder zijn het zat, geven hem ieder met een lepel vol yoghurt een pets op beide wangen.
Zijn wraak is zoet.
Hij staat op en roept triomfantelijk: “Nu hoef ik gelijk mijn bril niet meer!”.
Zo… daar kunnen ze niet tegenop!


ultieme wraak
was het zo erg?
dat klinkt inderdaad als een zoete wraak actie 🙂
@Wendy: mooie actie he? Hij had ze helemaal klem….
@Jona: ik denk dat hij nog lang heeft nagenoten, hahahaha
@jelstein Dit vind ik een stuk vol tegenstrijdigheden. Het hangt niet van logica aan elkaar, zeg maar.
De kinderen eten zwijgend.
Maar, de kinderen zwijgen niet allemaal.
– vader en moeder zijn het zat, geven hem ieder met een lepel vol yoghurt een pets op beide wangen.
Dat zie ik niet gebeuren. Een beetje puber ontwijkt dat en laat zich zeker geen vier keer zo ‘betoeten’.
Het kan niet zo zijn dat een kind van 11 stil blijft zitten om dit te ondergaan.
Fons heeft het wel eens over “forceren op het thema’. Dat is wat ik hier zie.
@inekewolf je hebt het m.i. bij het verkeerde eind.
Tijdsvolgorde bekeken: ze zwijgen. Daarna probeert hij wat in te brengen…
Beide ouders geven een pets simultaan, netto 2 petsen Is wat onduidelijk geef ik toe.
de kans om ze te ontwijken, was er niet, dat weet ik zeker …..de puber achter die bril was ikzelf….
@JelStein Heb je ook overwogen het stuk in de ik-vorm te schrijven?
“Hij probeert ook wat in te brengen.”
Daar zou het duidelijker kunnen door bv te schrijven:
Dan probeert hij ook wat in te brengen.