Aan de kant van de weg ligt een bril. Het montuur is verbogen en hij ligt half in de sneeuw.
Waarom ligt hier een verbogen bril in de sneeuw aan de kant van de weg?, vraag ik me af.
Ik stop en stap van mijn fiets.
Hier is vast een ongeluk gebeurd.
Als ik rondkijk zie ik een scooter in de sloot liggen.
Een scooter in de sloot. En de bestuurder?
Een paar meter verderop zie ik hem liggen. Hij richt zich half op.
‘Meneer!’ roept hij, ‘Help!’
Het is duidelijk dat hij me ziet.
‘Hoeveel vingers steek ik op?’ vraag ik hem.
‘Vier,’ antwoordt hij onmiddellijk.
Snel loop ik door en blijf zoeken naar de man van de bril.


Je deed me lachen
haha, leuk stukje Hadeke.
Grappig.
Ik vind de beginzinnen nogal dubbel.
Maar het einde is verrassend, ik moest hardop grinniken 🙂
@Hadeke, grappig!
@Hadeke je weet wéér te verrassen!
Dank voor jullie reacties.
@inge met de herhaling probeer ik wat van het karakter van de ‘ik’ te verhelderen.
Cool!
Geinig en goed geschreven <3
Hahahahaha geinig!
Die herhaling in het begin vond ik in dit geval duidelijk een functie hebben en dus géén vergissing. Uit je reactie bleek dat ook.
Prima stukje met goede kop en erg leuke staart!
@Hadeke, van harte gefeliciteerd met je eerste plaats!!
Gratz Hadeke 🙂
Van harte gefeliciteerd, Hadeke!
@Hadeke, Congrats! Goed gedaan.
Proficiat Hadeke; een gouden miniatuur – goed voor de schrijfswung.
Oh, die laatste zin. Ik sloeg mijn hand voor mijn mond. Goed zeg.
Dank jullie wel. En nu ga ik proberen me wat minder door het thema te laten leiden, alhoewel ik wel een idee voor een littekenverhaal heb …