Bovendien sprak hij met haar. Elke morgen, wanneer hij de verblijven schoonmaakte en van vers stro en voedsel voorzag, vertelde hij haar over zijn leven, over zijn kleine beslommeringen, over zijn dagelijkse zorgen, over zijn zeldame momenten van geluk en euforie. Niet altijd begreep zij letterlijk wat hij bedoelde. Olifanten- en mensentaal zijn verschillend. Maar elke morgen opnieuw was hij daar, de oude man die nog niet echt oud was, en hij verzorgde haar en praatte met haar. Of tenminste: tegen haar. Met een stem die meestal kalm en rustgevend was, zelfs als hij gekweld werd door een of andere bekommernis. Na jaren was zij gewend geraakt aan zijn stem, aan het rustgevende timbre ervan en luisterde er genoeglijk naar.

De niet zo oude oude man….blijft raadselachtig!
Lijmstok: zijn ouderdom wordt later meer specifiek toegelicht. Het verhaal is nog niet ten einde…