Mijn onderzoek, mijn onderzoek is alles voor me. Het is het meest dierbare wat ik bezit. Ik moet het redden, dat moet. De brand, het gebeurde allemaal zo snel. Het ene moment lag ik in bed en het andere moment werd ik gewekt door een paniekerige assistent met het bericht dat de kliniek in brand stond. Half aangekleed stormde ik mijn auto in en belde de brandweer. Eenmaal aangekomen op locatie ging ik het brandende gebouw binnen. Ik probeerde mijn eigen onderzoeksruimte te vinden. Ik moest het redden. Dit werk was mijn leven. Ik bereikte de kamer en hoestend van de rook strompelde ik, mijn vrouw dragend, weer naar buiten. Mijn werk was gered.

@Robbert, jammer dat je overgaat in de verleden tijd, vooral omdat je de vaart er met de eerste regels flink inzet.
Het dystopische zie ik hier niet zo.
Je vrouw als een onderzoeksobject beschouwen kun je met enige fantasie wel een dystopisch toekomstbeeld noemen. Maar of het zo bedoeld was?
Ik vermoed dat Robbert het weekthema verwart met het wedstrijdthema.