Mijn hele leven woon ik in Dystopia. Eigenlijk was ik vanaf mijn geboorte gedoemd daar te worden opgesloten, toen bleek dat ik niet chocoladebruin was, maar gebroken wit. De zwarten hebben grijze cellen voor ons gebouwd, gevangenissen waar we mogen rusten na iedere zware dag hard werken. We worden gevoed en verzorgd door donkere robots, om onze medische conditie optimaal te houden. Kleding verspillen ze niet aan ons. We lopen bloot en blank rond. Een robot komt me halen. Ik word een steriele ruimte ingereden: een operatiekamer. Een paar kamers verderop ligt een zwarte aan de dialyse. Mijn nieren filteren straks zijn bloed. Genadeloos wordt mijn rug opengesneden. Maar voor ik doodbloed, voel ik berusting. Eindelijk verlost van de slavernij.

Een paar eeuwen geleden zou dit, zeker als het om Hollanders gaat, een wrede maar begrijpelijke wraakneming kunnen zijn.
‘Een zwarte’ komt niet bepaald positief over, maar vanuit de ogen van de slachtoffers past het hier.
Een stukje dat aan het denken zet, want we menen misschien dat discriminatie op basis van iemands kleur in ons land niet meer bestaat, maar ik betwijfel of dat wel helemaal waar is …