Gezag uitstralend, mij arrogant aankijkend, maakt hij een theatrale weidse zwaai met zijn arm. “Allemaal van mij! Hier word ik tenminste gerespecteerd … klootzak!” Vertwijfeld vraag ik: “Maar wat heb ik dan gedaan?” Minachtend over zoveel domheid snauwt hij: “Moet je dat nog vragen?” Priemende ogen vol angst staren me aan, ik probeer: “Maar vader, hier kunnen ze u het beste helpen.” Hij gromt: “Vader? … Vader! Jij bent mijn zoon niet!”
Een waakzame verpleegkundige grijpt met zachte hand in: “Meneer, het is tijd voor uw hartmedicatie.” Gedwee schuifelt hij weg, geschokt neem ik in gedachten afscheid. Terneergeslagen besef ik dat ik tekortgeschoten ben, ik voel me laf en hoop dat als het mijn tijd is, iemand mij een waardiger afscheid gunt.


Nog even de d/t’s nalopen.
Thx Frank, hopelijk nu wel oké, (weer te trigger happy)