Zolang als hij zich kan heugen, streeft de meubelmaker naar volmaaktheid, symmetrie en perfectie. Hij rust nooit, voordat hij echt tevreden is met een zelfontworpen stuk. Zelfkritiek en angst voor zelfgenoegzaamheid zijn allengs als vanzelfsprekend ingebakken.
Zijn vrouw beschuldigt hem regelmatig van autistische trekjes. Diep in zijn hart weet hij, dat zij gelijk heeft. Zijn artistieke belevingswereld zit als een ondoordringbare cocon om hem heen. Aan hen die zijn werk niet waarderen, heeft hij geen boodschap. Hij toetst zichzelf.
Hij weet dat zijn tijd gekomen is. Nog eenmaal gaat hij vlammen. Het moet de apotheose van zijn scheppingsdrang worden: een naar perfectie neigend slotakkoord. De oude ambachtsman beseft dat zijn laatste creatie zowel ordinaal als nominaal een climax moet verbeelden.

De lat wordt aardig hoog gelegd. Niet bang dat het alleen nog maar kan tegenvallen? :pirate:
En het zwarte gat, heb je daar al over nagedacht?
Er is een voorzorgsmaatregel ingebouwd.
“Hij toetst zichzelf.”
Meubelmaker, dat is toch maar MBO niveau?