“Boing … Boing”, op gongslag twee van de Friese staande klok daalt de omgevingstemperatuur scherp. Mijn adem bevriest, witte wolken verlaten mijn mond.
Drie, vier, vijf, in gedachten tel ik mee. Houten blinden klapperen tegen een sponning.
Zes, een windvlaag, het doorzichtige witte gordijn golft sierlijk als een traag dansende ballerina.
Zeven, acht, flakkerend kaarslicht, schaduwen dansen onheilspellend over het barokke behang.
Negen, tien, elf, krakende tandwielen. Huiverend vermoed ik een aanwezigheid, wachtend in de schaduwen net buiten de periferie van mijn waarneming.
Twaalf! Kwaadaardig lachen echoot uit een dimensie voorbij de duisternis.
Rillend en met klamme handen op de driehoekige planchette vraag ik benauwd: “Is daar iemand?” Het driehoekje kruipt schokkend over het Ouija-bord. Afzonderlijke letters vormen het woord, niemand.


Recente reacties