‘Wat zijn we burgelijk geworden,’ zegt de man. Terwijl hij een shagje draait, filosofeert hij rustig door. ‘De moderne mens, de Homo sapiens, bestaat al tweehonderdduizend jaar. Als je de wetenschappers moet geloven. Zij hebben DNA van onze soort gevonden in Afrika. Hoe meten ze zoiets en is dat honderd procent waar?’ Hij steekt zijn shagje op, inhaleert diep en blaast de grijsblauwe rook langzaam uit. ‘Hoe lang rook ik al? Hoe zouden mijn longen eruit zien? Als een verwoest landschap? Maar goed. Tweehonderdduizend jaar evolutie en wat heeft het ons gebracht: een klaptafeltje, twee klapstoeltjes, een thermoskan met koffie en natuurlijk niet vergeten, ons mooie tafelkleed’. ‘Nog een bakkie lieverd?’ zegt de vrouw. ‘Doe eens gek,’ zegt de man.

Mooi relativerend. Een vrouw die niet moeilijk doet, rust, een genotsmiddel, en van die kleine materiële dingetjes. Daar genoot de man destijds ook al van. En jagen/werken als het echt niet anders kan.
Er is niet veel veranderd.
Terzijde: In het stukje mis ik sluittekens achter het tafelkleed.
Ja, leuk 🙂 Ik ben zo vrij geweest het door Fons genoemde sluitteken toe te voegen.