Pieter pakt alles vast wat ik vastpak. Hij is vervelend en heeft thuis al een vaas kapot gemaakt.
“Blijf nou eens overal met je vingers af, kijken doe je met je oogjes.” Ik pak een pot appelmoes, bedenk dat ik die nog heb en zet hem terug. Ik draai me om, achter me valt iets kapot. Pieter kijkt me verschrikt aan, voor hem ligt een pot appelmoes kapot op de vloer.
Een reflex, een tik, “Zie je nou wel! Dat krijg je nou als je overal aan zit!” Pieter krijst. Plots hoor ik achter me, “Geeft niet mevrouw, ik ruim het zo wel op, Gebeurt wel vaker.” Ik schaam me dood, iedereen kijkt afkeurend naar mij.
Ik denk, “Rot kind.”


Recente reacties