Hij weet allang dat zijn tijd voorbij is. Een stok in zijn hand, zijn gezicht wat dikker en een lichte trilling in zijn stem af en toe. Het deert hem niet. Met ondertussen zijn hele gezin runt hij de laatste nachtclub van een klein provincie stadje. ‘Mainstream’ is hij allang niet meer, en je proeft een scheutje venijn in zijn toon als hij lacht om de lange rij voor de discotheek van de buurman.
Binnen in zijn tent is de tijd ergens stil blijven staan. En ook weer niet. Nog steeds sleept een zware house beat dwars door de rook en de stroboscoop verlichting de dansvloer op. Magere jongens met te dunne baarden doen hun door Koos aangeleerde techno dingetjes.

In feite telt dit stuk een aantal woorden meer dan nodig is.
Mooi!