De slagerszoon trok een roestvrij stalen veiligheidsvoorschoot- en dito handschoenen aan om te voorkomen dat hij zich zou snijden.
De slagerszoon keek gefascineerd naar het vlijmscherpe vleesmes van zijn vader dat als boter door het vlees zakte.
Het ging de slagerszoon om het snijden: snee, voor snee, voor snee.
En hoe het zachte vlees week, na iedere snee.
De slagerszoon keek naar het gezicht van zijn slachtoffer. Het was bleek, verwrongen en zijn ogen puilden uit.
Wat voor geluid zijn slachtoffer maakte wist hij niet: de iPod van de slagerszoon stond op hard.
De slagerszoon gooide een handdoek over het gezicht van zijn slachtoffer. Hij hield niet van die rare verwrongen gezichten: daar ga je alleen maar eng van dromen.


Toch mooi zoals klassieke ambachten van vader op zoon worden doorgegeven, dat is op school niet te leren.