Over de verdeling van restzetels bij Nederlandse verkiezingen bestaat veel onbegrip en wantrouwen. En het is toch zo simpel.
Het volgende geldt voor lichamen met 19 of meer zetels; voor kleine gemeenteraden ligt het anders. De restzetels worden op een zodanige wijze verdeeld, dat de zetelverdeling zo nauwkeurig mogelijk evenredig is aan (overeenkomt met) de verdeling van de geldig uitgebrachte niet-blanco stemmen. Dat grote partijen op die manier van de verdeling van restzetels het meeste profijt hebben, is alleen juist als je uitgaat van de kiesdeler. In werkelijkheid functioneert de kiesdeler alleen als drempel, om te bepalen welke partijen mogen meedelen. Verder is evenredigheid het enige leidende principe – volstrekt eerlijk dus. Zie artikel P7 van de Kieswet – http://www.st-ab.nl/wetten/0172_Kieswet_KW.htm


De restzetel verdeling maakt de verkiezingen ondemocratisch.
In 2006 werden er 9 restzetels verdeeld.
Hier voor werden er 590.320 stemmen gestolen wat 6% van de geldige stemmen was.
Bij eerlijke verdeling van de percentages over de partijen zouden er maar 141 Kamerleden in de Tweede Kamer zijn gekomen. Hun stem waarde is wel per partij verschillend. Zo kom je wel aan 100% bij stemming.
Nu is een blanco stem de enige zekere stem.
Niet uiterst rechts kiezen en uiterst links krijgen en v.v.