‘Henk, weet jij al op wie jij stemmen gaat in september, Wilders of Roemer?’
‘Hoe vaak moet ik je het nu nog zeggen Ingrid, een van hen beiden.’
‘Oh, maar zij komen toch als enigen op voor ons, de gewone burgers, zeggen ze?’
‘Het zijn beiden populisten, de een rechts, de ander links. Zij komen zogezegd op voor het volk.’
‘Dat zijn wij toch Henk, zij durven dwars te zijn tegen die elitaire hoge pieten.’
‘Hun kiezersvolk is zo dom dat ze zweven tussen uiterst rechts en reactionair links.’
‘Wij zijn toch niet dom?’
‘Nee Ingrid, wij zijn een bijdehand stelletje. Ik heb een strategie bedacht.
‘Oh, vertel eens?’.
‘Ik stem PVV en jij SP. Wij doe aan berekende risicospreiding.’

‘een van beiden’ of ‘geen van beiden’? Bij ‘een’ snap ik het ‘Oh, maar..’ niet. Afgezien daarvan, de point vind ik leuk gevonden.
Tja, met opzet zo geformuleerd om aan te geven dat het wel heel domme kiezers zijn, wier onderlinge communicatie al gekenmerkt wordt door onbegrip.