Ik voel me hier steeds minder thuis, jammer genoeg. Men heeft mijn soort niet nodig, het is hier al zo vol, zeggen ze. We zijn een gevaar voor de samenleving, we willen niets anders dan hier de macht overnemen, zeggen ze. Mijn vader kwam hier om het vuile werk op te knappen, jullie wilden dat niet. Bang vieze handen te krijgen. Mijn broer mag hier blijven, is zelfs bij grote groepen een gevierd persoon, hij kan goed voetballen. Ik voetbal niet, heb net een universitaire studie afgerond en ben op zoek naar een baan op mijn niveau. Ik draag een hoofddoek, ik wil dat, mijn geloof vraagt dat van me. Ik heb kennis en ambitie. Ik wens maar ben ongewenst.


Recente reacties