Op het perk, onder de honingboom, zat een klein duivenjong, een en al donspluim en hulpeloos roze te wezen. Ik plaatste de ladder uit het tuinhuis tegen de boom en trok mijn snoeihandschoenen aan, je weet maar nooit welke ziektekiemen zo’n duif reeds op jonge leeftijd geërfd heeft. Toen ik het wezentje voorzichtig besloop met de bedoeling het terug in het nest te plaatsen, deed het een onhandige poging te fladderen.
“Duifje, er stikt hier van de katten,” zei ik. “Je bent veiliger in je nest dan hier op de grond.” Een half uur later gaf het zich uiteindelijk uitgeput gewonnen.
Wie was hier de grootste kluns: mens of dier, allebei vleugellam. De een van angst, de ander van onbeholpenheid.


Schattige scene moet dat zijn geweest in het gras. De natuur een handje helpen. Altijd goed. Zijn er ook beelden van?
Gelukkig niet 🙂