Het was de zoveelste erg warme dag. We hadden net heerlijk in de schaduw geluncht. Op weg naar de fietsen zagen we hem zitten, een ekster. Hij had zijn bekje open hangen, en leek vleugellam. We overlegden of we Amivedi moesten bellen, of misschien naar de vogelopvang gaan, even verderop.
We benaderden hem met troostende woordjes: ‘het is ook zo warm hè?’ Toen we dichterbij kwamen, kwam hij ineens weer tot leven. Luid krassend vloog hij weg, alsof er niks aan de hand was.
Ooit leerde ik in een vogelcursus dat jonge eksters net pubers zijn, ze leven hun eerste jaren in jeugdbendes. Zouden we in een kwajongensstreek zijn getrapt? Hij was in ieder geval geen vogel voor de kat.

@Lisette. De ekster is zeer intelligent. Slechts weinig dieren (buiten primaten om), waaronder de ekster, slagen voor de spiegelproef. Dit is een test om vast te stellen of dieren zichzelf herkennen in hun eigen spiegelbeeld.