‘Wil je koffie?’
Ik zit in opa’s stoel, mijn voeten op zijn kleedje. Op de vensterbank de zoveelste geranium.
‘Doe geen moeite oma.’
‘Vanmorgen al gezet en ik moet blijven bewegen.’
Ze loopt naar de keuken om koffie… op te warmen. De armoede van toen en de prijs van nu zorgen voor balans, behalve voor die in de koffie, hoewel ze geld te veel heeft om nu nog van te genieten.
‘Al is het warm, een bakkie leut hoort erbij.’
De koffie smaakt branderig oud.
‘Hè, zit ik net moet ik weer plassen. Ouwe wijvenkwaal.’
Ik sta op en loop zoals altijd zachtjes naar de vensterbank.
‘Gek hè, elke plant doet het hier goed behalve zo’n sterke geranium,’ zegt oma.


Recente reacties