Een lief meisje, dat je dat na al die jaren nog weet.
We ontmoetten elkaar in de smerige schoenmakerij van haar vader. Er stonden van die machines, ze draaide handig mee. ‘Hakken en zolen?’ Ik hoor het haar nog zeggen. Een tand stond iets uit het lood, maar dat misstond haar niet.
Ze keek me lief aan. Toen ik een paar dagen later mijn gerepareerde schoenen ophaalde, durfde ik het te vragen: ‘Ga je mee uit vanavond?’ Ze zei ‘ja’.
‘Ik kom net van mijn werk,’ zei ze in het bruine café.
Ik zag rouwrandjes onder haar nagels; het floepte eruit: ‘Is je katje dood?’
Ze begon te huilen.
‘Excuus, dat mag ik niet zeggen.’
‘Ze was nog zo jong.’


Recente reacties